Geschiedenis

De oprichting van de LP en KV en de eerste periode van 1925-1945.

Van de oprichters uit 1925 is niemand meer in leven, zodat we het met andere natuurlijke bronnen moeten doen. Ook zijn er geen oprichtingsstukken meer over. We weten uit overlevering en van verslagen dat de vereniging op 15 februari 1925 is opgericht door een groepje liefhebbers uit Losser en omgeving.

Uit de “Chronik Rasgeflügelzuchtverein Gildehaus” blijkt dat Losserse fokkers op de paastentoonstelling van 1923 in Gildehaus f 42,20 hebben besteed. Dat moet voor die tijd een flink bedrag geweest zijn. Naar alle waarschijnlijkheid was dit de betaling voor de aanschaf van eieren en broed-materiaal. In 1925 is blijkbaar naar het voorbeeld van de Duitse sportvrienden, een eigen vereniging opgericht.
Reeds in 1927 hielden ze op zaterdag 3 en zondag 4 december een TWEEDE NATIONALE TENTOONSTELLING in de zaal van G.J.Schorfhaar in Losser.
De LP&KV wordt dan inmiddels bestuurd door J. Bergsma (1e voorzitter), A Dokter (2e voorzitter). J.W.Vreeling (1e secretaris), M. Rensen (2e secretaris), B.J. Brilman (1e penningmeester), F. Becker (2e penning-meester). Op die tentoonstelling is A. Barneveld commissaris en bestaat de “commissie van bijstand” (voor de organisatie van het tentoonstelling) uit de leden A. Spin, W. Zwijnenberg, G.J. Schorfhaar, J. Zeelte, A. Doosje, H. Bosma, B. Jassies en B. Veldhuis. Veel bekende namen als men onze huidige leden kent. De inschrijvingsgelden waren f 1,25 per in-gestuurd dier. Dat moet een flinke op-offering geweest zijn voor de leden uit de dertiger crisisjaren, met een arbeiders-weekloon van f 2,50. In 1998 betaalden we nog slechts f 3,- per ingezonden nummer !

De gedachte komt dan ook op dat de oprichters van onze vereniging niet on-bemiddeld moeten zijn geweest. Het houden van konijnen was wel een veel beter betaalbare hobby, het noodzakelijke voer was veel gemakkelijker te verkrijgen en de gemeste konijnen leverden als slachtproduct genoeg op om de kosten te dekken.

In 1930 werden er in ons land nog 24 miljoen kippen gehouden en men moest door im- en exportbeperkingen saneren om te verbeteren en in te krimpen. Het aantal kippen loopt terug tot 21 miljoen in 1940. Na de oorlog waren er nog slechts 3 miljoen over. De bezetter had ons namelijk een rasvergunning (de Landstand) opgedrongen. Alleen deze vergunninghouders mochten voer gedistribueerd krijgen. Enerzijds was dat een voordeel voor enkele rasfokkers (ook uit Losser), maar anderzijds betekende het dat de meeste pluimvee-verenigingen noodgedwongen een slapend bestaan leidden. Het houden van duiven werd helemaal verboden, omdat de Duitsers vanaf het begin van de oorlog al bang waren dat ze als postduif en koerier zouden kunnen worden gebruikt. Ook onze vereniging heeft daar mee te maken gehad.

Ondanks alle beperkingen werd in Losser in 1942 nog een landelijke tentoonstelling gehouden voor pluimvee, konijnen en siervogels, maar dan wel voor aangesloten leden van het “Nederlandse Merkenbureau”.
De basis voor de sierhoenders- en duiven-fokkerij was door de oorlog helaas ernstig geslonken. Het zou nog lang duren voor alle leden hun hobby konden oppakken. Toch kwam na de bevrijding het verenigingsleven wel weer langzaam op gang

De periode van naoorlogse opbouw 1945 – 1965

De naoorlogse periode wordt gekenmerkt door de wederopbouw.
Er waren slechts 18 tentoonstellende leden over in het eerste naoorlogse jaar bij de LP en KV. Er werden voornamelijk kippen en konijnen gefokt voor de tentoonstellingen, die ondanks de beperkingen tijdens de oorlog toch door waren gegaan.

Op 23-jarige leeftijd promoveerde Hennie Gevers in 1945 van 2e penningmeester naar 1e penningmeester. Deze functie heeft hij met veel succes meer dan 50 jaar bekleed! Voorzitter was toen de heer Veldhuis, 2e voorzitter de heer Lammertink en secretaris de heer Breukers.
Van de laatste zijn tientallen hand getypte jaarverslagen bewaard gebleven, die een prachtig beeld geven van het wel en wee van onze vereniging in deze periode. (zie illustratie).

Het houden van een tentoonstelling was in die tijd geen eenvoudige zaak. Voor alle prijzen en kostenvergoedingen moesten er “sponsors” komen. De voornaamsten gaven dan f 10,- of meer en werden vermeld in het erecomité.
In 1948 stond bovenaan burgemeester Van der Sandt, gevolgd door Van Heek (2x) en andere notabelen als artsen en veeartsen uit Losser. De andere ondernemers schonken allerlei soorten en hoeveelheden kippen-, konijnen- en duivenvoer als prijs. Maar men gaf ook lepeltjes en een “kippenapotheek”.

Tot 1947 was er in het land nog sprake van distributie. Daarbij moesten de fokkers ook eieren inleveren. Maar ook door de achter-uitgang van de totale pluimveestand was er een groot tekort aan broedeieren.
Pas in 1951 was het aantal kippen in ons land weer boven een miljoen.
Blijkbaar waren onze leden voldoende in staat hun hobby op peil te brengen na de oorlog.

Op de tentoonstelling van 1948 werden er op 4 en 5 december; 150 hoenders, 45 konijnen en 118 duiven tentoongesteld in café Koop-man aan de Lutterstraat. W. KIeefstra kreeg met zjjn Rhode Island Red-haan de 1e U, Kl. Verbeek een 1e ZG met een Vlaamse reus-voedster wit-voedster. A. Pit, A. Kuperus en Vaanholt-Heideman wonnen met hun postduiven de eerste prijs. Sinterklaas zal ze ook vast nog goed bedacht hebben dat weekeinde.
Van de viering van het 25-jarig bestaan is helaas weinig bekend. Men hield wel een Nationale Jubileum-tentoonstelling op 3 en 4 december in café Schorfhaar. Op deze tentoonstelling waren ook de Overijsselse Lakenvelder Club-show en de districtsshow van de Rhode Island Red-club ondergebracht.
Het ledenaantal in de vijftiger jaren was niet groter dan 60 met een minimum van 47 in 1959. Toen herdacht men het 35-jarig bestaan met een “zeer geslaagde receptie en feestavond”. Toch ging men met de weinige inzenders regelmatig naar landelijke tentoonstellingen. Het vervoer ging met Jassies en Van Gend en Loos naar Enschede en vervolgens per trein. Men bezocht in die jaren tentoonstellingen in Almelo, Aalsmeer, Utrecht en Den Haag. In 1952 werd in Losser met enkele belangrijke fokkers uit de regio de ONETO opgericht. In december 1953 werd de eerste landelijke tentoonstelling in Enschede gehouden. Onze vereniging is tot op de dag van vandaag een belangrijke ondersteuner van deze organisatie. Op het 40-jarig jubileum werden de heren B. Jassies en J. W. Vreeling gehuldigd met hun evenzo lange lidmaatschap, terwijl de heren Gevers, Kleefstra en Kleerebezem al 25 jaar lid waren van onze LP en KV. Ook zij ontvingen “passende cadeaux” van het bestuur. Deze feestelijkheden werden tijdens een receptie en feestavond gevierd. De jubileumkringtentoontstelling was op 16 en 17 januari 1965.

bestuur65

Het bestuur van 1965.

De periode 1965 – 1975
De periode tussen het veertigjarig jubileum en de halve eeuw-viering van de LP en KV kenmerkt zich door grote bestuurlijke stabiliteit. Dankzij de vertrouwde verslaglegging van secretaris de heer J. Breukers weten we van jaar tot jaar hoe het verenigingsleven verlopen is.

Waren er in 1965 nog 61 leden, in 1969 daalde dat aantal tot het absolute dieptepunt van 39 leden. Pas bij de opmaat naar het jubileum steeg het aantal fokkers, om in 1975 weer op 53 uit te komen. Van dit aantal hielden zich 43 actief bezig met het instandhouden van hun diersoort. Hoewel het nog de “magere jaren” van ‘s lands economie waren, werd de contributie in 1965 verhoogd tot f 7,50. Met deze bijdrage per lid kon de vereniging zichzelf bedruipen. Toch was er een gemeentelijke subsidie nodig om nieuwe kooien te kunnen kopen.

Het verzoek van het bestuur van de L.P. & K.V. werd dankzij de voorspraak van burgemeester van der Sandt ingewilligd en de penningmeester mocht al in 1966 f 1.000,– in ontvangst nemen. Hiermee konden 150 nummers aan nieuwe kooien worden gekocht. De eerstvolgende clubtentoonstelling met 350? nummers blonk dan ook uit qua aan-kleding, kwaliteit en kwantiteit. Vooral de duivenafdeling was met meer dan 50 nummers in de groei. Deze tentoonstelling werd door deze grote belangstelling ook een financieel succes.

De inschrijfgelden voor de ONETO waren toen al f 2,35 per nummer en voor leden van de niet aangesloten verenigingen f 2,50. Deze regionale vereniging met een landelijke tentoonstelling liep zo goed dat ze na 11 tentoonstellingen een batig saldo van f 7.713,33 had. Dat kapitaal zou later nodig zijn om de moeilijke jaren op te vangen. Niettemin was de vereniging inmiddels zo groot dat er geen nieuwe clubs meer werden toegelaten.Een dieptepunt voor onze sport in deze episode was het niet toelaten van hoenders en watervogels op pluimveetentoonstellingen in 1971. Dit vanwege de pseudo-vogel-pestepidemie in het land. Ondanks dit verbod werd er toch een tentoonstelling gehouden met 158 ingeschreven dieren; 84 duiven en 74 konijnen! Het punten gemiddelde kon beter en was gemiddeld ongeveer 2 punten.
De jaarlijkse feestavond, die erop volgde werd wel met een ‘U’ beoordeeld door de leden.

Vanaf 1972 was het pluimvee weer van de partij en klom de vereniging door het dal van het ledentekort. Men ondernam dan ook allerlei activiteiten.
Er werd een kooienfonds met renteloze aandelen gesticht. Dat was meteen een succes, zodat het bestand van kooien onmiddellijk uitgebreid werd. Met de inspanning van de vaste leden wordt alles mooi afgewerkt met houten bakken en zelfgemaakte bokken.Voor de viering van het halve eeuwfeest werd een comité samengesteld, dat ook voor de benodigde financiën moest zorgen. Dus hield men voor de verandering ook eens een bingo-avond. Dat werd zo’n gezellige en winstgevende bezigheid, dat er tot op heden bingo’s worden gehouden.

De periode 1975 – 1985

Na de viering van het vijftigjarig jubileum begint een bloeiperiode voor onze vereniging. In deze jaren steeg het ledenaantal van 53 in 1975 naar 100 in 1982. Van dit aantal waren er steeds meer dan de helft die ook daadwerkelijk dieren fokten. In de wijde omgeving werd er door onze leden ingestuurd voor de diverse tentoonstellingen; in Haaksbergen en Vriezenveen, maar ook in Tilligte en Doetinchem werden prima resultaten geboekt met konijnen, kippen en duiven. Er waren opmerkelijke resultaten met de dieren van clubleden op de landelijke tentoonstellingen; (te beginnen met) de Ornithophilia in Utrecht, de Gooise Dwerghoendershow in Laren, de Gallinova in Barneveld, maar ook in Raalte, Rijssen en Den Haag. Maar het meest overtuigend was steeds de deelname van onze leden aan de landelijke tentoonstelling de ONETO in Enschede. Elk jaar haalden leden hier F- beoordelingen voor hun dieren, maar dat gebeurde ook op de verschillende andere shows. Doordat de LP en KV één van de aangesloten vereni-gingen op de ONETO is, waren er altijd leden die hielpen bij de opbouwen afbraak en de verzorging van de tentoongestelde dieren.

Helaas werd het bestuur in deze periode getroffen door het plotselinge overlijden in 1977 van haar vertrouwde secretaris Hans Breukers.Zijn nauwgezette verenigingsverslagen moesten we vanaf dat jaar missen. Hij was het die vanaf 1953 alle beraad-slagingen uittypte en bewaarde en daarmee een belangrijke bron voor geschiedschrijving werd. Gelukkig werd er in de persoon van Piet Bosma een waardige opvolger gevonden, die de pen nog steeds voor onze club voert. In 1985 stierf Eduard de Jong na tientallen jaren lid en 15 jaar voorzitter van de LP en KV te zijn geweest.
Zijn plaats werd toen tijdelijk opgevuld door het trouwe, onlangs overleden lid Kas Smit. De nieuwe bestuursleden werden steeds gerekruteerd uit de commissies voor feesten en andere activiteiten. Dat was ook van-zelfsprekend, want in deze periode bloeide het verenigingsleven. Er werden wild- en paasbingo-avonden gehouden, klootschietwedstrijden en kegel-avonden georganiseerd. Ook gingen de leden en hun partners en gezinsleden met de bus naar landelijke tentoonstellingen (bv. Den Haag-1976). Daarnaast organiseerde het bestuur jaarlijks een feestavond als afsluiting van het seizoen.

Een speciale groep vormen de jeugdleden binnen onze club. “Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst” is het spreekwoord . In een zichzelf respecterende vereniging wordt met zorg met de jeugd omgesprongen. In de zeventiger jaren(,maar ook nu nog) werden de jonge en nieuwe leden met raad en daad en vooral ook met goed fokmateriaal bijgestaan. Zodoende werden er op de diverse tentoon-stellingen in de jeugdklasses uitstekende resultaten behaald. De vereniging zorgde soms al in de zomer voor een jongdieren-keuring, waarbij de keurmeesters als ware leermeesters en adviseurs optraden.

Soms moest een fokker om gezondheidsredenen stoppen. Helaas werd het dierenbestand ook wel eens om andere redenen drastisch ingekrompen; zoals bij de rooftocht van enkele viervoeters onder de konijnen van ons lid H.A. Gevers in 1982. Zijn bestand werd toen met ruim dertig konijnen verminderd. In dat zelfde jaar werd een bouwvergunning aangevraagd voor een kooienopslagplaats. Een jaar later kon door nijvere samenwerking met postduivenvereniging “de Snelvlucht” het clublokaal worden geopend.Daarna ging meteen de jubileumcommissie van start om het 60-jarig jubileum voor te bereiden. Op zaterdag 3 maart 1985 werd een fantastische feestavond georganiseerd.

De periode 1985 – 2000

Als het zestigjarig jubileum heeft plaats-gevonden is de vereniging in een stabiel evenwicht. Het ledenaantal bleef steeds in de buurt van de honderd, waarvoor er rond de zeventig fokkerskaarten werden uitgeschreven.
Natuurlijk kan dat niet anders dan met de bezielende leiding van een zich constant inzettend bestuur. Het zijn de jaren van voorzitter Theo Geerligs, die in 1985 in het bestuur kwam, samen met Frans Veldhuis. Om gezondheidsredenen trad ons erelid Daan Holtslag in 1995 af. Hij werd opgevolgd door Jan Nijland. Deze nam kort daarna het penningmeesterschap van Hennie Gevers over. Hierdoor bleven alle functies goed bezet.
In 1996 overleed Herman Gevers na een ernstig ziekbed. Fokke Blaauwbroek, die zijn strepen verdiend had in de activiteitencommissie, werd gekozen tot zijn opvolger. Samen met de gebroeders Piet en Roel Bosma zijn zij het bestuur van de voorbije jaren, maar ook het begin van de nieuwe eeuw met de viering van ons 75-jarig jubileum. In deze periode zijn de grote maat-schappelijke ontwikkelingen ook van invloed geweest op onze hobby. Het leven van alle dag gaat sneller, de economie vraagt om flexibel werken en iedereen maakt gebruik van computersystemen. Was “moeder-de vrouw” vroeger de beste ondersteuning voor onze dierensport, nu heeft ze zelf een baan en wordt de huishouding en de zorg voor de kinderen verdeeld.

We gaan steeds vaker op vakantie. De hobby kan dan wel eens teveel worden; mensen maken nieuwe keuzes voor hun vrije tijds-besteding. Landelijk gezien tekent zich al enkele jaren een ledenvergrijzing af en alleen de actiefste verenigingen houden zich staande. De LP en KV is met recht een actieve vereniging! Het kent al jarenlang en zeker gedurende de laatste periode een serie van activiteiten die het hele verenigingsjaar vullen en waar alle leden aan (kunnen) deelnemen;

Het begint met de nieuwjaarsreceptie begin januari welke wordt gehouden in het clubgebouw. De aanwezige leden en genodigden wensen elkaar een voorspoedig jaar.

Kort daarop begint het voor de fokkers spannend te worden. Want als de laatste landelijke tentoonstellingen zijn geweest, wordt er bij de leden weer volop gewerkt aan nieuwe nakomelingen. De beste foktomen worden samengesteld en de variaties of voort-zetting van de erfelijke kwaliteiten uitgezocht. Als je de grotere dieren “klaar” wilt hebben voor een vroege tentoonstelling, moeten er in februari eieren worden uitgebroed. En aan de vereniging zal het niet liggen. Want vanaf begin februari tot ver in mei kun je altijd op vrijdag terecht bij Piet Bosma, die de eieren in de broedmachine uitbroedt. Dan breken er weer hectische tijden aan bij Piet en Roel Bosma, want zonder koffie kom je niet weg en altijd is er tijd voor een kippenpraatje. Ook weet je meteen of de eieren van de vorige week wel bevrucht waren en wat de oorzaak van het niet bevrucht zijn zou kunnen zijn. Eind februari begint het gepiep van de eerste kuikens en dat geluid stijgt met het aantal kuikens dat wordt afgeleverd. De machine kan wel 1.500 eieren aan en zodoende liggen er op het hoogtepunt van het seizoen honderden kuikens te wachten op hun fokker. Al deze kuikens heeft Piet als eerste in de hand gehad. Oma Bosma herinnerde de leden altijd aan het duidelijk merken van de eieren. Zij wist hoeveel moeite het kost om geen enkel ei in het verkeerde mandje te laten uitkomen en de resultaten aan de juiste eigenaar af te leveren. Daarbij is niet in het minst de kwaliteit van het kunstmatig broeden in de grote broedmachine van belang. De exacte temperatuur en vochtigheidsgraad en het keren van de broedeieren alsmede de hygiëne zijn allemaal in goede handen van onze secretaris.

Ook het broeden van sierduiven begint al vroeg in het voorjaar. Toch is het weer daarbij een grotere bedreiging; de jongen moeten warmte krijgen van de duivin en een verlate vorstperiode, kan veel leed veroorzaken.

De jonge konijnen moeten getatoeëerd wor-den als de oren op grootte zijn. Het bestuur levert op afroep de tatoeage aan huis.

Bij de kippen is het van belang de juiste ringen op tijd te hebben gekocht, want anders is het kuiken te groot en mist het de tentoonstellingskans. De secretaris verzorgt de ringendistributie vanaf de jaarvergadering.

Vervolgens zijn er de 4 ledenvergaderingen in het jaar. De afgelopen periode zijn die eerst gehouden in Ons Gebouw en later verhuisd van voormalig café Centraal, naar voormalig café de Vereniging, naar onze huidige vergader- en tentoonstellingslokatie café Heijdemann. In mei is altijd de jaarvergadering en de 25 tot 30 aanwezige leden nemen steeds flink deel aan de beraadslagingen. Op de andere vergaderingen worden de verenigingsactiviteiten besproken en het beleid van de landelijke konijnen-fokkers-, duiven-, en pluimveehoudersbond besproken. Meestal heeft het bestuur ieders medewerking. Toch kan de discussie op lopen. Vooral toen de Nederlandse Hoender-bond (NHDB) in 1997 meende het roer om te moeten gooien naar een meer professionele organisatie met alle onrust en kosten van dien. Voor een rustige vereniging als de onze werd dat wel “de knuppel in het hoenderhok” . Helaas was de landelijke steun voor vernieuwing zo groot, dat ook de leden van de LP&KV nu meebetalen aan de veranderingen. Ook de invoering van de nieuwe wet op de dierenbescherming en andere milieuvoor-schriften gingen en gaan niet geluidloos aan onze leden voorbij.

Aan het eind van het broedseizoen wordt een inentingsronde gehouden voor alle pluimvee tegen de pseudo-vogelpest. Dierenarts dr. Van der Lee en de laatste jaren dr. Bout rijdt een avondlang langs alle verzamelpunten en zorgen dat elk lid weer gerechtigd is zijn kippen tentoon te stellen.

Met Pasen organiseert de activiteiten-commissie de jaarlijkse Paasbingo en met Kerst is de laatste activiteit de Kerstbingo. Vele prijzen gaan naar de deelnemers, die met bloemen, wild en eieren voldaan naar huis keren, met het “BINGO” nog luid in de oren naklinkend.

In juli of augustus organiseert de vereniging de jaarlijkse fietspuzzeltocht voor alle leden en gezinsleden. De inschrijving kost al jaren slechts f 5,- per persoon. Zelfs niet-fietsende leden mogen meedoen. Meestal voert de route ons langs de mooiste plekjes in Twente en Duitsland. En steevast eindigt de tocht bij één van de leden in het buitengebied of een uitspanning met een barbecue gesponsord door de poelier. De prijsuitslag over de vele puzzelvragen en puntenverdeling van de leuke spelletjes roept elk jaar weer veel discussie op. Maar niemand durft de commissie te bestrijden wetend hoeveel energie en voorbereiding zo’n puzzeltocht vergt.

De afgelopen jaren is ook vele malen in juli/augustus de “jongdierenkeuringsdag ” geweest. Het is de kans om alvast de “oogst” van jonge konijnen, duiven of kippen te laten beoordelen met de tafelkeuring. Want elke fokker denkt steeds de prijswinnaar te hebben, maar vaak valt er nog het één en ander aan raskwaliteit te verbeteren. De meeste keurmeesters willen graag aan nieuwe en vooral jonge leden de beoordelingspunten uitleggen. De leden kunnen daar hun voordeel mee doen voor de echte wedstrijden. Uit tijdsgebrek en belangstelling is zoiets niet elk jaar mogelijk gebleken.

In juli neemt de activiteitencommissie altijd deel met een rommelmarktkraam op de Euregiofeesten in Overdinkel. Al maanden van tevoren worden oude spullen verzameld, die op de rommelmarkt uiteindelijk honderden guldens opleveren voor de verenigingskas.

In het begin van het tentoonstellingseizoen wordt ook altijd een klootschietwedstrijd georganiseerd tegen de leden en partners/familieleden van “de Snelvlucht” . Alleen zeer slecht weer kan deze pret be-derven. En de wisselbeker wisselt tussen de clubs, afhankelijk van het aanwezige talent.

Na de grote vakantie begint op 1 oktober het tentoonstellingsseizoen met de grote landelijke tentoonstelling de Ornitophilia te Utrecht. Vroeger in de jaarbeurshallen, maar vanwege de torenhoge huurprijzen sinds twee jaar in de veemarkthallen. Leden van onze vereniging zijn ook de afgelopen jaren daar prijswinnend aanwezig geweest.
Het tentoonstellingsseizoen gaat volgens een strak landelijk geredigeerd schema de winter door. Steeds wordt er gekeken of de leden samen hun dieren aan- en af kunnen voeren in verenigingsverband. Daarvoor heeft de LP en KV sinds 1985 een aanhanger in bezit.

Op de vergadering van eind september wordt de clubtentoonstelling voorbereid.
Aan toegezegde hulp en sponsoring is meestal geen gebrek, hoewel de één beter overdag kan helpen dan de ander. Meer moeite kost het om alle loten aan de man te brengen. Dat is noodzakelijk want eenieder snapt, dat anders onze tentoonstelling op eind november financieel niet uitkan. Helaas missen we daarbij ons vorig jaar te vroeg gestorven lid Piet Brouwer, die stad en land afliep voor de verloting en de lotto.

Elk jaar lukt het toch weer om meer dan 300 dieren tentoon te stellen en te laten keuren. De ruimte in de zaal van café Heijdemann, die we de laatste jaren gebruiken is daarvoor heel geschikt. Ook het inmiddels totaal vernieuwde kooienbestand maakt het geheel tot een plaatje. Deze drie dagen van de clubtentoonstelling zijn steeds het hoogtepunt van het verenigingsleven. Ze vormen tevens de aanloop tot de landelijke tentoonstelling Oneto, welke 14 dagen later in Enschede gehouden wordt. Om meer dan 5000 dieren tentoon te stellen is nog wat meer voor-bereiding en energie nodig.
Dezelfde leden zijn dan samen met die van de andere regionale clubs weer dagenlang actief in de Twentehallen, waar de Oneto na de Diekmanhal terechtkwam.
Al deze activiteiten maken de vereniging de LP en KV tot wat ze de laatste 15 jaar maar ook al die jaren daarvoor, is geweest. En dan hebben we niet eens de aparte bezigheden van de activiteitencommissie of het bestuur besproken. Ook de bijzondere taken die individuele leden in stilte verrichten voor hun club dragen bij aan het succes van de vereniging. We hopen dat onze LP en KV tot in lengte van jaren mag blijven doorbloeien als vereniging van liefhebbers van dieren en voor het plezier dat deze hobby aan mensen geeft.